
Houd je infraroodverwarmers veilig op vochtige plekken
Het plaatsen van infraroodlampen in een badkamer of op een vochtige veranda is risicovol als je het niet goed doet. Water en elektriciteit zijn geen goede vrienden. Wanneer stoom of waterdruppels in contact komen met een geleiding die onder spanning staat, kan dit leiden tot een kortsluiting of een andere storing.
Het belangrijkste is hoe de verwarmer precies met de stroom wordt verbonden.
De onderdelen die je beschermen
Een goedkope plastic afdekking is hier niet voldoende. We gebruiken hoge kwaliteit keramische isolatoren bij de aansluitpunten van de lamp. Waarom? Omdat keramiek zich niks aantrekt van vocht – het blijft de stroom tegenhouden zodat deze niet naar het metalen frame van de verwarmer kan gaan.
Verder gebruiken we kabels die zijn geïsoleerd met siliconen. PVC is geschikt voor veel toepassingen, maar het kan barsten onder de hitte van een infraroodlamp. Siliconen blijft flexibel en zorgt er zo voor dat de koperen kern droog blijft.
Het afsluiten van alle openingen
Het gaat niet alleen om de lamp zelf, maar ook om het hele apparaat. We gebruiken EPDM- of fluorosiliconen-dempingsstoffen om alle openingen waar water in kan komen af te sluiten. Als het apparaat in een doucheromte moet worden geplaatst, moet het minimaal IPX4 of IPX5 zijn. Met andere woorden: het moet bestand zijn tegen spatten van water.
De aansluitpunten zijn vaak de oorzaak van problemen. Om dit te voorkomen, gebruiken we afgesloten aansluitingen. We bedekken de aansluitpunten met hars, zodat er geen luchtkleuren of condensatie kunnen ontstaan.
Het nadeel
Het probleem is dat wanneer je het apparaat zo goed afsluit tegen water, de hitte nergens naartoe kan. De elektronica binnenin kan dan erg heet worden. Je moet dus voorzichtig zijn met de thermische fusies. Als deze niet bestand zijn tegen de hoge temperaturen, zal het apparaat zonder duidelijke reden steeds uitvallen. Maar als je het apparaat niet goed genoeg afsluit, loop je het risico op een kortsluiting. Het is dus belangrijk om een balans te vinden, zodat de componenten niet te snel kapotgaan.